zondag 11 augustus 2013

In Bali komt alles in 3en, een lesje Balinees leven.

De Balinezen geloven in een drie delige (Tri Harta Karena) structuur. Ze staan niet alleen als het gaat om een drie delig speciaal nummer. Christendom doet: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Freud schrijft alles toe aan de vader, moeder en kind. De oude Egyptenaren waren ook zeer geïnteresseerd in de nummer drie.

De Balinezen verdelen alles in:
Een hoog of heilig gedeelte (Swah).
Een midden of dagelijks onderdeel (Bwah).
Een lage of onrein gedeelte (bhur).

Een begrip van Balinese ruimtelijke symboliek verklaart vele kenmerken van het Balinese leven.
De Balinezen zien dingen ook als behorende tot: de buitenwereld of Bhuana Agung, of de innerlijke wereld of Bhuana Alit. Deze twee zijn verbonden. Als er iets mis is in de buitenwereld kan dat problemen veroorzaken in de innerlijke wereld.

Enkele voorbeelden van de driedeling zoals deze in de buitenwereld zijn: hemel, waar de geest van de mens zal terugkeren na crematie. De middelste wereld van de mens en de onderwereld, waar de geest van de mens kan worden gestraft volgens zijn karma.

Bali heeft:
Hoge, heilige bergen, waar de goden wonen.
Een midden gedeelte waar mensen wonen en werken.
De lage, onzuivere zee.

Elk dorp is aangelegd in drie delen, en elk deel heeft zijn eigen tempel: het meest heilige is richting de bergen, met de tempel Pura Puseh, gewijd aan Wisnu, de god van het water, waar het dorp haar vergoddelijkte voorouders aanbidt. In het centrum is de dorps tempel, Pura Desa, gewijd aan Brahma, de schepper. De meest dicht bij de zee en ver weg van de bergen is de crematie plaats en de tempel Pura Dalem, gewijd aan Siwa, de god van vernietiging en wedergeboorte, of zijn vrouw, Durga, waar de overledenen die nog niet volledig gezuiverd zijn door middel crematie, worden herdacht.

Tempels zijn aangelegd in drie secties:
Het binnenste heiligdom, genaamd Jeroan, hoger dan de rest, waar de heilige relikwieën worden bewaard. Het middelste gedeelte, genaamd jaba tengah, is het gedeelte waar de bergingen en de keuken te vinden zijn en paviljoens voor het opslaan van offers voordat ze in het innerlijk heiligdom worden meegenomen. Het laagste deel, genaamd jaba, is het meest eenvoudigste deel, waar het bloed offers aan de demonen worden gemaakt en hanengevechten gehouden worden en waar mensen eten, drinken en kaart spelen.

Afbeeldingen op de tempelmuren volgen hetzelfde patroon: Aan de bovenkant van de muren zijn symbolen van de goden en de bovenwereld. In het centrum zijn scènes uit de mensenwereld. Aan de onderkant zijn meestal afbeeldingen van slangen. Slangen spelen rond de fundamenten van de wereld volgens de Balinese mythologie.

De gezins tempel met zijn heiligdommen aan de goden en voorouders staat in het noordoosten en gescheiden door een muur. De woonvertrekken zijn in het midden. De keuken, stallen en vuilnis in het zuidelijke einde. De keuken zal verder worden geplaatst dan de rijst-schuur, want rijst is heilig, terwijl het eten dierlijk is. Muren geven bescherming tegen boze geesten.

Elk gebouw bestaat uit drie delen:
Een dak, muren en fundatie.

De Bale, de toren die het lichaam van een overleden naar de crematie draagt, is in drie delen.
Het laagste wordt gekenmerkt door een slang of schildpad. Het middelste deel toont een berg, de vermelding van de aarde. Het bovenste deel is een paviljoen en vertegenwoordigt de kosmos.

Padmasana zijn zetels voor Sanghyang Widi Wasa, de Allerhoogste God, en zijn onderverdeeld in drie:
De basis wordt uitgesneden met Bedawang Nala, de schildpad, die de wereld ondersteunt met twee slangen.
Het centrum staat voor de wereld van de mens, waar de dagelijkse activiteiten soms zijn uitgehouwen.
Verschillende aspecten van God worden bovenaan weergegeven.

Offers zijn dusdanig geconstrueerd dat er: Een basis is, een plek voor het eten en op de top een aantal symbolische voorstelling van de goden.

Balinese taal is verdeeld in drie afzonderlijke talen: Hoog Balinees, afgeleid van het Sanskriet, gebruikt bij het spreken tot priesters of verwijzen naar heilige voorwerpen. Medium Balinees, een mix van hoog en laag Balinees, gebruikt bij het spreken met vreemden of personen van een hogere kaste. Laag Balinees, afgeleid van Malayo-Polynesische dialecten, is de taal van vrienden en familie.

De Balinezen zien zichzelf als de kosmos in het klein. Een hoofd, de zetel van de ziel, het meest heilige gedeelte. Het lichaam of middengedeelte. Voeten, het laagste gedeelte.

Het leven bestaat uit: Geboorte, leven en dood.

Deze code, een mix van hoogte en oriëntatie, leidt tot een code van etiquette en omgangsvormen, waarbij het belangrijk is om deze goed te observeren. De moeilijkheid voor buitenlanders, nieuw voor dit alles, is dat de Balinezen geen moeite doen om fouten recht te zetten. Het is zeer onbeleefd om een buitenlander te vertellen dat hij onbeleefd is!!

De Balinese etiquette, die voortvloeit uit dit overzicht, is dan ook duidelijk:
Doe je schoenen uit voordat je een huis betreed.
Klop of tik niemand op het hoofd.
Laat een baby niet de grond aanraken gedurende de eerste zes maanden na geboorte.
Wijs niet met je voet naar iets.
Hang geen was op een tempel muur.
Loop niet onder een waslijn door, hangt er ondergoed, dan hangt dat hoger dan je hoofd.
Hang ondergoed op de laagste trede op een wasrek.
Zit lager dan heilige voorwerpen of eregasten, vooral hogere kasten en priesters.
Draag heilig water en offers op je hoofd.
Geef nooit iemand de linkerhand.
Stap niet op offers of een heilig voorwerp.
Ga niet op een kussen zitten.
Slaap zodanig dat je hoofd wijst naar de bergen.
Bron: Murni, Ubud

Geen opmerkingen: