dinsdag 20 augustus 2013

Nederlanders op Bali - HN van der Tuuk, 1824-1894

Foto: Tropenmuseum
Herman Neubronner van der Tuuk

Van der Tuuk werkte en leefde in de vorige eeuw in het oude Nederlands-Indië. Hij was een taalgeleerde en behalve dat een tegendraadse figuur en een zonderling. Bij zijn leven reeds was Van der Tuuk een legendarische figuur, om zijn fabelachtige kennis en eigenaardige leefwijze. Als mens was hij grof, rancuneus en respectloos, maar niettemin een omgekeerde moralist.

Van der Tuuk werd in 1824 te Malaka geboren, toentertijd nog een Nederlandse kolonie. Zijn kinderjaren bracht hij in Soerabaja door. Op zijn twaalfde of dertiende jaar werd hij naar Holland gezonden om daar naar school te gaan. Hij bezocht o.a. het gymnasium te Veendam en werd in 1840, op zestienjarige leeftijd dus, in Groningen als student ingeschreven.

Hoe langer hoe meer ging hij op de studie van de Oosterse talen over. Hij leerde eerst Arabisch van zijn vriend Willem Doorenbos en ging toen naar Leiden, waar hij vooral de lessen volgde van Rutgers voor het Sanskriet en Juynboll voor het Arabisch en Perzisch. Door voorspraak van Rutgers en Juynboll kwam hij in dienst van het Bijbelgenootschap, als ‘afgevaardigde voor de Bataklanden’.

In 1868 ging Van der Tuuk weer naar Indië, ditmaal als ‘afgevaardigde voor Bali’. In 1870 ging hij pas naar Bali, waar hij tot zijn dood toe, ver van de Europeanen, in de kampong Baratan, in Buleleng heeft gewoond. Hij leerde het Balinees in bijzonder korte tijd, en wel zó, dat een van de vorsten zei: ‘Er is op geheel Bali maar één man die de Balinese taal kent en begrijpt en die man is Toean Dertik [Van der Tuuk].’

Van der Tuuk zette zich aan het samenstellen van een woordenboek, maar zag in dat hij het Balinees niet zou kunnen verklaren zonder het Oudjavaans, het zogenaamde Kawi. In 1873 ging hij in gouvernementsdienst over. Intussen dijde zijn Kawi-Balinees woordenboek uit tot een massaal werk, waar geen einde aan scheen te komen.

In de laatste vier of vijf jaren van zijn leven was zijn werkkracht sterk verminderd. Als een zieke tijger had hij zich in zijn bamboehuis teruggetrokken, van tijd tot tijd grommend en zijn klauwen uitslaand naar al de spoken die hij om zich heen zag. Toen hij in 1894 in het Militair Hospitaal te Soerabaja aan dysenterie stierf, waren nog maar enkele vellen van zijn Kawi-Balinees woordenboek gedrukt. Anderen hebben het overvloedige materiaal bewerkt en voor de druk gereed gemaakt. Pas in 1912 was het vierde en laatste deel voltooid. Van der Tuuk heeft veel nagelaten: duizenden dicht beschreven vellen en velletjes, manuscripten, brieven en schildrijen, een groot deel daarvan in Nederlandse musea.

Bron: DBNL

Geen opmerkingen: