zondag 25 augustus 2013

Nederlanders op Bali, WOJ Nieuwenkamp (1875-1950)


Wijnand Otto Jan Nieuwenkamp.

WOJ Nieuwenkamp (geboren 27 juli 1874, in Amsterdam, overleden 23 april 1950, in San Domenico di Fiesole in Italië) was een Nederlandse kunstschilder, houtsnijder, graficus, illustrator, kunstverzamelaar en nog veel meer. Hij was een globetrotter en het gebied waaraan hij meestal de voorkeur gaf was Azië. Zijn motto was in het Latijn 'Vagando Acquiro', 'tijdens  zwerven kennis verwerven'. De naam van zijn woonboot was, niet verrassend, De Zwerver. Tussen 1898 en 1937, bezocht hij de Indie zes keer, wat resulteerde in talrijke tekeningen, etsen, prenten, schilderijen en boeken, die hij zelf bewerkte.

Tijdens zijn reizen maakte hij uitgebreide aantekeningen en schetsen in kleine en grote boekjes, die hij later verwerkte in zijn artistieke werken en boeken. Hij geeft ons een beeld van de manier van leven en denken, van de rituelen en de kunsten van de mensen in de landen die hij bezocht. Het verschilt van wat een etnoloog, antropoloog, kunsthistoricus of ambtenaar zou schrijven of rapporteren in de vroege jaren 1900, omdat hij alles waarnam met de ogen en de geest van een kunstenaar. De schoonheid van wat hij zag, maakte een diepe indruk op hem.

Nieuwenkamp is van belang voor onze kennis van Bali in het begin van de 20e eeuw. Hij bracht lange bezoeken aan het eiland in 1904, 1906-7, 1917-19, 1935 en 1937. Op 4 april 1904 tijdens zijn eerste bezoek, schreef hij: 'er zijn zo veel mooie dingen te zien en te portretteren, die nog niet zijn opgevallen als mooi, laat staan ​​besproken. Daarom heb ik besloten om een ​​boek met plaatjes over Bali, het mooiste land dat ik ken te maken'. Dit zou het album 'Bali en Lombok' worden. Het eerste deel ervan werd gepubliceerd begin 1906.

Hij reisde met de fiets, te voet, te paard, hij verbleef bij Nederlandse ambtenaren, in pasanggrahans, in paleizen, maar ook in een geïmproviseerde tent met zijn veldbed. Het lijkt erop dat hij de eerste persoon in Noord Bali was die op een fiets reed. De mensen van Kubutambahan waren zo verbaasd, dat ze een beeltenis maakten van Nieuwenkamp, ​​met een snor en met tropenhelm, op een reliëf van de Pura Madue Karang.

Uitgebreide voorbereidingen werden gemaakt alvorens zijn reizen begonnen. Hij las over Balinese cultuur, religie, geschiedenis en literatuur, zo veel als wat maar beschikbaar was op dat moment. De Balinese tekeningen op papier van HN van der Tuuk tussen ongeveer 1880 en 1894, in de Bibliotheek van de Universiteit Leiden, waren zo grondig bestudeert dat hij in staat was om ze te reproduceren.

Zijn Balinese gastheren waren zeer onder de indruk van het. Het is niet onmogelijk dat dit de belangrijkste reden was waarom ze hem anders behandelden. Tijdens zijn eerste en tweede bezoek aan Bali, had Nieuwenkamp contact gehad met Noord Balinese kunstenaars die werkten voor Van der Tuuk, en kocht tekeningen van hen. Dit was belangrijk voor zijn persoonlijke zoektocht om meer informatie over deze kunstenaars te weten te komen. Bij zijn bezoek aan het huis van een houtsnijder in Singaraja, merkte hij een tekening op van een 'palmwijn tapper in een boom'. Het leek op een van de tekeningen in de Van der Tuuk collectie. Het bleek dat de tekening was gemaakt door de vader van de houtsnijder die voor Van der Tuuk had gewerkt.

De tweede reis naar Bali viel deels samen met de Nederlandse militaire expeditie naar Badung en Tabanan in 1906. Op 6 juli had hij toestemming gekregen om mee te reizen aan boord van een van de schepen op weg naar Bali, maar het was niet toegestaan ​​om aan land te gaan tijdens de landing vanwege het gevaar. Hij wilde niet langer wachten, dus hij ging zelf vanuit Surabaya rechtstreeks naar Noord Bali tegen het einde van juli. In september ontmoette hij de Nederlanders in Denpasar. Toen hij merkte dat houten delen van gamelan instrumenten werden gebruikt als brandhout, zowel door de Nederlanders als de Balinezen, stopte hij dat en redde de prachtig bewerkte stukken. In de Nederlandse krant Algemeen Handelsblad schreef hij artikelen over de verwoesting van de paleizen en de moorden ('puputan') op een zeer kritische manier. In mei 1925 bezocht hij de regio Ubud. Hij was de eerste persoon die tekeningen maakte van de toen net ontdekte (1922 of 1923) rotstekeningen en het heiligdom van Goa Gajah in Bedulu.

Tijdens zijn vijf reizen naar Bali kocht Nieuwenkamp tekeningen, voorwerpen, houtsnijwerk, deuren, manden en textiel voor musea en instellingen in Nederland, alsmede voor zijn privé-collectie. Omdat de oorsprong, en in sommige gevallen de makers en kunstenaars worden genoemd, en ook omdat de voorbereidingen goed zijn gedocumenteerd in zijn dagboeken, boeken en artikelen is die collectie heel belangrijk.

Het werk van Nieuwenkamp is van groot belang voor Noord-Bali. Hij maakte schetsen, en produceerde houtsnijwerk, etsen, en schilderijen van tempels, poorten, schepen, mensen, textiel en dansers. Al zijn boeken en voorwerpen zijn alleen maar in het Nederlands veschenen en beschreven. Pas in 1998 is er een Engels talige editie verschenen over de 'First European Artist in Bali', met reproducties van een selectie van 321 tekeningen die hij maakte gedurende zijn carrière, waarvan er 197 betrekking hebben op Bali. Er bestaat nog geen aparte editie over zijn werk in Noord-Bali.

H.I.R. Hinzler, Leiden, maart 2009

Bibliografie:
Timmerman, B., WOJ Nieuwenkamp, ​​Eerste Europese Kunstenaar in Bali, Uniepers, Abcoude, 1997.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, Bali en Lombok, album 1, begin 1906; album 2, januari 1909; albums 1,2,3, Elsevier, Amsterdam, 1910.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, Zwerftochten op Bali, Elsevier, Amsterdam, 1910.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, zwerftochten op Bali, Elsevier, Amsterdam, 1922.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, De Olifantsgrot bij Bedulu op Bali, Nederlandsch Indie Oud en Nieuw, 1925.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, Bouwkunst van Bali, H.P. Leopolds, Den Haag, 1926.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, Beeldhouwkunst van Bali, HP Leopolds, Den Haag, 1928.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, Bouwkunst en Beeldhouwkunst van Bali, HP Leopolds, Den Haag, 1947.
Nieuwenkamp, ​​WOJ, Leven & Werken, Bouwen & zwerven van de Kunstenaar WOJ Nieuwenkamp, ​​opgetekend door zijn kleinzoon, A.W. Bruna & Zoon, Utrecht, 1979.

Geen opmerkingen: